Eén van mijn taken hier op de boerderij is het doen van onze administratie. Ik betaal de facturen, sorteer ze op basis van het bankafschrift en vervolgens boek ik ze in. Het streven is dat iedere maand te doen.
Je leest het al, het is een streven, want de uitvoering daarvan komt meer in de buurt van één keer per twee of heel soms zelfs drie maanden.

Een kleine impressie van hoe dat in mijn hoofd gaat. ‘Ik moet nodig de boekhouding doen’, ja maar…. En dan volgen er allemaal veel leukere dingen als de administratie. Dat gebeurt zo’n 3 tot wel 10 keer in m’n hoofd. Tot ik mezelf dan een figuurlijke schop onder m’n kont geef en er echt voor ga zitten.
Gisteren bereikte ik dat punt weer eens. Dus afschrift afgedrukt, rekeningen uit de postvakken gepakt en naar de keukentafel verhuisd. M’n postvakken zit logica in, al zeg ik het zelf. Één voor de onbetaalde facturen, één voor de betaalde, één voor de automatische incasso’s en de laatste voor de verstuurde facturen. Tot zover gaat het prima, mits alles goed is weggelegd, maar goed kleinigheidje hou je.
Vol goede moed ga ik aan de slag. Bladzijde 1 van m’n afschrift loop ik direct tegen een missende factuur aan, naar de computer, factuur zoeken, in m’n inbox niet te vinden, in m’n prullenbak ook al niet. Terug naar de keukentafel. O, het blijkt een credit, oké heb hier twee creditfacturen, maar beide met een ander bedrag. Betreffend bedrijf gebeld. Hebben ze een openstaande factuur van de creditfacturen afgetrokken. Oké opgelost en weer door! Het bonnetje van de benzine? Niet in’t postvak, dus even zoeken in, je raad het al, de auto. Check!

Na nog een aantal loopjes naar m’n mailbox, is de papieren versie dan toch klaar. En kan ik beginnen met het inboeken. Gelukkig doe ik dat al een poos zelf en ‘weet’ het programma ongeveer wat op welke code geboekt moet worden. Hier was ik dus met een uurtje mee klaar.
Zo dat kan voorlopig weer van m’n lijstje af. O wacht, mei is ook al bijna weer voorbij. 🙄
Liefs Jacqueline

Met die tekst op ons t- shirt stonden we met zo’n 250 boeren en ruim 100 trekkers vandaag in Scheerwolde. Na de bezetting van de stal in Boxtel, was er onder ‘ons’ heel veel boosheid, ongeloof en verontwaardiging. We wilden als boeren een tegengeluid laten horen. Op een manier die niemand schaad, maar wel een mooi beeld geeft van ‘onze’ saamhorigheid.
We willen op deze manier laten zien dat er voor ons een grens overschreden is. Iedere boer en boerin die ik vandaag sprak gaf aan “Iedereen is welkom om in onze stal te komen kijken, maar niet op die manier! ” Niet alleen bij onze beroepsgroep wordt de grens overschreden. Ook in het dagelijks leven worden mensen bedreigd en voor rotte vis uitgemaakt. En dan heb ik het niet over een ruzie of iets dergelijks, maar ik heb het over onze hulpverleners. Die regelmatig in de weg gezeten of belaagd worden als zij hun werk uitvoeren. Over leraren, die van alles naar ’t hoofd geslingerd krijgen, omdat kindlief niet de verwachte resultaten haalt. Over de caissière, die op haar vriendelijke ‘ goedemorgen’ niet eens meer antwoord krijgt. Zo kan ik nog wel een poos doorgaan, maar ik denk dat u prima begrijpt wat ik bedoel. Onze maatschappij verandert, het respect voor elkaar en elkaars mening lijkt er steeds minder toe te doen. En als we dan verschillen van mening, moeten die verschillen soms letterlijk iemand door de strot worden geduwd. Vandaag hebben we als boeren laten zien dat wij er zijn voor elkaar. We willen laten zien dat we open staan voor iedereen die met ons wil praten. Gewoon, normaal






